Home Texas Holdem Pokertermen

Pokertermen

Je een weg banen door het jargon waar je niet bekend mee bent, kan heel vermoeiend zijn. Als je niet bekend bent met het jargon van pokerspelers, is een conversatie soms moeilijk te volgen. Hier vind je een aantal termen, veelal Engelse begrippen, die vaak door pokerspelers worden gebruikt.

The Good Button: de knop die de theoretische dealer of croupier van de huidige hand voorstelt.

Checken: je beurt voorbij laten gaan zonder geld in te zetten.

Checkraisen: checken met de bedoeling de bet van een andere speler te verhogen.

Callen: meegaan met de huidige bet.

Dry Board: de open gemeenschapskaarten kunnen maar weinig toevoegen aan de handen van de individuele spelers.

EV “expected value” of “verwachte waarde”: de potentiële winst van een bepaalde hand of actie.

Flop, Turn en River: de open gemeenschapskaarten in Hold 'Em. De eerste drie kaarten zijn de flop, de vierde de turn en de vijfde en zesde de river.

De Nuts: de best mogelijk hand onder de huidige omstandigheden. Als er meerdere kaarten worden toegevoegd, kan de nuts veranderen; een werkelijk onverslaanbare hand wordt daarom een "absolute" of "onsterfelijke" nuts genoemd.

On the Come: een hand die nog wat verbetering vergt, voordat er iets van waarde mee kan worden gevormd.

Freeroll: dezelfde intrinsieke hand hebben als een andere speler, maar dan met extra winkansen (bijvoorbeeld als jij en je tegenstander beiden een straat hebben, maar jouw hand heeft daarnaast ook potentie als flush).

Live Card: een kaart die, als die op tafel wordt gelegd, de op een na beste hand kan laten winnen.

Showdown: het moment na de laatste biedronde dat de spelers alle kaarten op tafel moeten leggen om vast te stellen wie er gewonnen heeft.

Wired Pair: een gesloten paar in je starthand.


The Bad

Air/Blank/Brick (oftewel: lucht/blanco/baksteen): een totale misser.

Folden of mucken: passen (je kaarten weggooien) Rabbit hunten: de gesloten kaarten omkeren om te zien wat er zou zijn gebeurd als het spel verder was gegaan.

Mechanic (monteur): een professionele oplichter die bedreven is in het manipuleren van de kaartenstokken.

Scared Money (bang geld): geld dat een speler zich niet kan veroorloven te verliezen.

All-In of Tapped Out: al het geld dat een speler voor zich heeft inzetten.

Squeeze (knijpen): reraisen na opeenvolgend een raise en een call van de andere spelers.

Nit: een extreem voorzichtige speler.

Under the Gun: de persoon die als eerste in actie komt in een ronde.


The Ugly

Adverteren
: een onorthodoxe speelstijl (die tegen je natuurlijke stijl indruist) om je tegenstanders te bewijzen dat je daartoe bereid bent.

Floaten: de bet van een andere speler callen zonder de bedoeling de speler uit de pot te bluffen in een latere biedronde.

Sandbag (zandzak): passief spelen in het begin van een ronde met de bedoeling om later, in dezelfde biedronde, tot actie over te gaan (bijv. met een checkraise).

Zombie: iemand die aan de pokertafel moeilijk ‘leesbaar’ is, wiens gedachten moeilijk te volgen zijn.

Donkey/Fish/Goose/Pigeon (ezel/vis/gans/duif): een scheldnaam voor een slechte speler.

Garbage (rommel):
waardeloze kaarten

Inside Straight/Gutshot:
een straat waarvan een van de middelste kaarten ontbreekt, zoals in 5689; hier is er een 7 nodig om de straat te vervolledigen.

Backdoor (achterdeur)
: een plan B om te winnen. Bijvoorbeeld: je start met twee paren en eindigt met een flush; als je dat doet, wordt ook wel de term 'backed in" gebezigd.

Meer artikelen:

Online Poker Info - de Online Poker Gids voor de beste Pokerrooms en de hoogste Bonussen